Slim, effectief en creatief trainen & coachen

Vrijdag 14 december 2012 te 's Hertogenbosch

 

 

Parallelsessies

Ronde A: 15.15 – 16.15 uur
Ronde B: 18.00 – 19.00 uur

  • Ronde A: (15.15 - 16.15 uur)
  • Ronde B: (18.00 - 19.00 uur)

Inhoudelijke sessies:
A1. Op de achtergrond of naast de coach: rol van de sportpsycholoog tijdens grote toernooien
Rico Schuijers, sportpsycholoog, ProTask

Deze parallelsessie bestaat uit het uitwisselen van ideëen over de embedding en de rol van de sportpsycholoog. Uitgebreid komen de voor- en nadelen van de verschillende rollen aan bod. Hierbij wordt onderscheid gemaakt voor individuele sporten en teamsporten, maar ook of het eendaagse wedstrijden of meerdaagse wedstrijden zijn.

A2. De coach als deskundige en creatieve ontwerper
Marjan Kok, docent en adviseur, EXPOSZ, Faculteit Bewegingswetenschappen, VU

Een goede coach kan goed ontwerpen. Hij ontwerpt de trainingssituatie door te kiezen voor een bepaalde oefenvorm, organisatie en inzet van materialen. Tijdens de training observeert en beslist hij of het ontwerp voldoet of dat aanpassingen vereist zijn.

Welk ontwerp is voor jouw trainingsdoelen en sporters het meest optimaal als het gaat om het beter leren bewegen? In deze parallelsessie krijg je handvatten aangereikt om onderbouwde keuzes te maken. De handvatten zijn gebaseerd op de volgende thema's van motorisch leren: expliciet en impliciet (o.a. foutloos en differentieel) leren, deliberate practice en deliberate play. In een optimaal ontwerp gaan kennis (van de sport, doelgroep, motorisch leren etc.) en creativiteit namelijk hand in hand!

A3. Positieve effecten van differential learning; ervaringen uit de praktijk
Prof. dr. Wolfgang I. Schöllhorn, Professur des Arbeitsbereiches Training- und Bewegungswissenschaft, Johannes Gutenberg Universität Mainz (grondlegger differential learning)

Deze sessie biedt een vervolg op de plenaire introductie. In de praktijk betekent differential learning namelijk een nieuwe aanpak van trainen én training geven. Het basisprincipe is dat je de taak die je gaat oefenen nooit herhaalt, maar juist steeds iets anders oefent. Als trainer/coach heb je daarin de taak steeds verschillende variaties te bedenken. Je krijgt dus enerzijds een heel creatieve rol, anderzijds moet je terughoudend zijn met feedback. Als deelnemer zit je aan tafel bij Wolfgang Schöllhorn en is er alle ruimte voor het stellen van jouw vragen rond dit thema!

A4. Fysieke aspecten bij talentontwikkeling
Robbert de Groot, inspanningsfysioloog, AZ

Deze sessie biedt inzicht in op de verschillende aspecten die komen kijken bij talentontwikkeling, een gebied waarin AZ onderscheidend is. Hoe krijgt de ontwikkeling van talent invulling bij de jeugdopleiding van AZ? Is aanleg, leervermogen en tijd een drie-eenheid? Welke fysieke aspecten spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van talent? Het deliberate play & practice model biedt een mooi kader voor het begrijpen van talentontwikkeling. In welke mate past AZ dit model toe?

A5. Hoe sluit ik doelstellingen aan bij persoonlijke drijfveren?
Rianne van Strien, sportpsycholoog, Coach2Score

De kern van goede doelen stellen ligt in de verbinding met de persoon. Als deze persoonlijke kenmerken niet worden meegenomen in het proces, is het stellen van doelen haast irrelevant. Volgens sportpsycholoog Rianne van Strien is kennis van de mentale processen van de sporter een voorwaarde om successen te behalen. De aanpak moet passen bij de sporter. Door verschillen tussen sporters te erkennen, kan de begeleiding worden toegespitst op de behoeften die van nature aanwezig zijn bij de sporter. Waar het ene type gericht is op controle, beheersing en overzicht, springt het andere type liever in het diepe en leert door te ervaren. Het lijkt logisch dat sporter en coach exact hetzelfde doel voor ogen hebben, maar dat is het niet. Een planmatige, taakgerichte coach en een impulsieve, actiegerichte sporter zullen niet vanzelfsprekend dezelfde aanpak onderschrijven. Door onderliggende drijfveren te begrijpen, kunnen effectieve en realistische doelen worden gesteld. Deze sessie geeft inzicht in de verschillen en leert coaches hoe hiermee om te gaan in relatie tot te stellen doelen.



Praktijksessies:
A6. Toepassing differential learning in het turnen
Nico Zijp, coördinator Turnen Dames, Stichting Flik-Flak

Lange tijd werd gedacht dat de beste manier om een beweging aan te leren zou zijn om de beweging zo vaak mogelijk te herhalen zodat deze automatisch zou gaan worden. Om een perfecte salto te leren springen moet je zo vaak mogelijk die perfecte salto oefenen. Een groot nadeel bij deze methode is dat het saai gaat worden. Dit merk je niet alleen terug in de motivatie tijdens de training. Ook het lichaam komt in een stand waarop het “op de automatische piloot” trainingen volgen. Hierdoor is elke beweging hetzelfde en wordt er niets bijgeleerd.

Door variatie in de beweging te brengen dwing je de atleet (en het lichaam) alert te blijven gedurende de training. Het beoogde bewegingsdoel, de salto, blijft hetzelfde, echter de omstandigheden waarin de salto wordt uitgevoerd varieren steeds. Hierdoor wordt het brein steeds geprikkeld om creatief de efficiëntste oplossing te vinden. Het gevolg hiervan is dat de kwaliteit van salto steeds beter wordt. Tijdens deze sessie ervaar je hoe en trainer met deze uitdaging omgaat.

A7. Het Athletic Skills Model in de praktijk
René Wormhoudt, conditietrainer Nederlands Elftal en Prof.dr. Geert Savelsbergh, specialist op het gebied van ´Doelgericht motorisch leren'

Tijdens de vorige editie van het Nationaal Coach Congres in december 2011 verzorgden René en Geert een praktijksessie waarin de uitgangspunten van het Athletic Skills Model (ASM) werden toegepast bij kinderen tot de start van de groeispurt. In dit model wordt de oefenstof gekoppeld aan de biologische leeftijd in plaats van aan de kalenderleeftijd.

Dit jaar laten de auteurs van het boek Athletic Skills Model zien hoe het ASM kan worden toegepast binnen een latere fase van talentontwikkeling: de fase na de groei ofwel de late adolescentie. Je ervaart in de praktijk hoe het ASM kan worden geïmplementeerd met thema’s als grondvormen van bewegen, coördinatieve vermogens, condities van bewegen, differentieel leren en transfer of movement. Het damesbasketbalteam Probuild Lions, team van coach Laki Lakner en Nederlands kampioen, illustreert dit tijdens een speciale voor het Nationaal Coach Congres ontwikkelde training!

Via korte onderbrekingen tijdens de training vertelt Geert Savelsbergh hoe de wetenschap is verknoopt met de oefenstof volgens de filosofie van het  Athletic Skills Model.


Inhoudelijke sessies:
B1. De principes van een technische + mentale training; wat is effectief?
Jack Edelaar, vmlg. bondscoach Nederlands en Tjechisch Bowlingteam en Mastercoach NOC*NSF

Trainingsideaal: zodanig trainen dat de sporter tijdens de wedstrijd optimaal presteert en de coach van een afstand kan genieten van de prestatie die zich ontvouwt. Elke training heeft mentale aspecten. Of dat nu bewust of onbewust zo gearrangeerd is. Elke beweging heeft nl. mentale componenten in zich. Bewust of onbewust. Hoe ga je daar als trainer/coach mee om? Hoe kan je dit bewust inzetten zodat de training meer effectief wordt? Welke aanwijzingen geef je dan juist wel en welke beter niet? Hoe geef je de trainingssituatie zodanig vorm dat deze effectief is voor de wedstrijdsituatie? Dit zijn de vragen die centraal staan in deze parallelsessie en waarop antwoord wordt gegeven.

B2. Talentontwikkeling – een internationale verkenning
Ingrid van Gelder, senior project manager Elite Sports, NOC*NSF en Lourain van der Vleuten, adviseur Bewegingswetenschappen, NOC*NSF

Een klein land als Nederland kan alleen internationaal succesvol blijven door slimme keuzes te maken, te zorgen voor voldoende en kwalitatief goede instroom van talenten, en deze talenten vervolgens een optimale opleiding van talent tot podium te bieden. In internationaal perspectief wordt hiermee naast talentontwikkeling ook het proces van talentidentificatie steeds belangrijker. Ook de Nederlandse topsport gaat hier volop in mee. Tijdens deze sessie gaan we dieper in op deze internationale trend, de nationale implementatie en leggen we de link met de coachpraktijk. Op basis van welke fysieke, cognitieve en sociale parameters identificeer je talent? Laat succes zich voorspellen? Wat maakt het onderscheid tussen talent en toptalent? En wat zijn de (on)mogelijkheden van “talent transfer”? Graag nemen we de deelnemers tijdens deze sessie mee in een gezamenlijke zoektocht naar talent.

B3. De werking van regionale talentselecties
Martijn Nijhoff, talentcoach KNBSB

In deze sessie kijken we naar de structuur en visie op talentontwikkeling van de KNBSB. De KNBSB heeft sinds 2009 zijn talentontwikkeling ondergebracht bij regionale talententeams: de Baseball Academies. Baseball Academies zijn regionale opleidingscentra voor talenten uit het nationale programma. Het verbindt de ontwikkelingsfasen van het talent uit het regionale programma met uiteindelijk beoefening als topsporter bij een hoofdklasse vereniging of college. De inhoud van het programma is gebaseerd op de principes van motorisch leren, waarin differentieel leren een belangrijk onderdeel is. De sessie laat zien waarom en hoe deze keuze is gemaakt en wat de achterliggende gedachten zijn van deze best practice.

B4. Succesvolle teamvorming - van ik naar wij
Francesco Wessels, coach Olympische coaches Londen

In deze sessie plaatsen we de coach in het teamvormingsproces. Waar staat een coach ten opzichte van het team? Moet hij afstand houden of juist er midden instaan? Wat wordt er van je verwacht als coach, welke rol kun je nemen en welke rol moet je nemen? Waar liggen de ethische grenzen, hoe ver mag of kun je gaan? De sessie laat maatschappelijke invloeden, ontwikkelingen in de sport en leiderschapsgedrag in elkaar overvloeien. Gezamenlijk delen we kennis en ervaringen met als doel dat je als deelnemer de zaal uitloopt met een paar praktische handvatten waar je morgen direct mee aan de slag kunt.

B5. Slim gebruik van technische hulpmiddelen; mogelijkheden, tips & trucs
Bernadet van Os, performance technologist, NOC*NSF

Deze sessie geeft je inzicht op welke wijze technologische ondersteuning wordt ingezet in de topsportpraktijk. Wat zijn de trends en wat kunnen we verwachten in de toekomst? Maar vooral, hoe kunnen we dit vertalen naar jullie dagelijkse sportpraktijk? Want op een praktische, simpele en effectieve manier kan techniek een bijdrage leveren in bijna elke training. Denk aan video analyse, tijdsregistratie en GPS. Maar bijvoorbeeld ook de rol van een iPad bij het geven van feedback tijdens een training.



Pratijksessies:
B6. Alternatieve trainingsmethode in de tafeltennissport

Deze sessie is komen te vervallen.

B7. De kracht van een spel-leeromgeving?!
Bart Neutkens, docent Sports & Education, Fontys Sporthogeschool Eindhoven

Het spelen van een spel is een complexe activiteit waarin technieken, tactieken, spe(e)lregels, emoties, etc. de deelnemers in extase brengen. In deze sessie beweeg je zelf door een diversiteit van krachtige spel-leeromgevingen. We staan hierbij stil bij de (on)mogelijkheden om actuele principes van motorisch leren te vertalen naar de praktijk. Principes die in deze sessie tijdens het spel aan de orde komen zijn onder andere foutloos leren, analogie leren, impliciet leren, gebruik externe focus en differentieel leren.

NB. Deze sessie sluit goed aan bij de theoretische sessie van Marjan Kok in ronde 1 (De coach als deskundige en creatieve ontwerper). Enige kennis van motorisch leren is wenselijk om het maximale uit de sessie te halen.

Makkelijke kleding/ sportschoenen gewenst.